Autisme op de werkvloer

 


Dag beste werkgever!

Schrikt het je af, wanneer je met autisme in aanraking komt? Vind je een persoon met autisme misschien wat vreemd en denk je dat hij of zij een bepaald risico inhoudt? Of ben je bang dat je speciale (en dure!) aanpassingen moet doen in de werkomgeving?

Of heeft die ene werknemer, die je al jaren op de werkvloer hebt, onlangs misschien verteld autisme te hebben? En beïnvloedt dat de manier waarop je naar hem/haar kijkt? Of hoe je zijn of haar werk beoordeelt?

Autisme staat garant voor een heleboel vragen en minstens zoveel vooroordelen. En helaas, als je hier een lijstje verwacht met daarin opgesomde tips over hoe je met ‘iemand met autisme op de werkvloer’ met omgaan: dat lijstje zul je hier niet vinden. En wel vanwege de simpele reden dat ieder mens met autisme anders is. Alle omgangstips die ik zou kunnen geven, gelden namelijk niet voor alle werkgevers met autisme. (Ik heb het expres niet over ‘autistische werknemers’, want dat roept van die Rainman-achtige associaties op. Het legt de nadruk op het autisme en deze werknemers zijn veel meer dan autistisch.) Er bestaan diverse vormen van autisme, van klassiek tot hoog-functionerend zoals Asperger. Men spreekt immers niet voor niets over een spectrum. Daarnaast is de invloed en de impact die autisme kan hebben op het dagelijks leven voor geen enkel persoon hetzelfde.

Deze mensen zijn toch vooral goed met computers en ICT, toch? Maar ik heb helemaal geen ICT’er nodig. Ik ben op zoek naar administratief medewerkers, laboranten, postvoorbereiders, vertalers, correctoren en creatieve talenten.
Nou… Er zijn inderdaad veel mensen met autisme die bijzonder goed zijn met computers. Dat komt waarschijnlijk omdat computers op een logische manier in elkaar zitten en daar houden mensen met autisme nu eenmaal van. Niet alleen de hardware zit volgens een schema in elkaar, maar ook software werkt dankzij een bepaalde volgorde van programmeercodes. De hardware is natuurlijk vrij gemakkelijk te herkennen, maar wanneer het op de software – het programmeren – aankomt, is het een stuk ingewikkelder. Er zijn veel personen met autisme die een bijna natuurlijke (voor zover je zoiets ‘natuurlijk’ kunt noemen; het gaan immers over computers) aanleg hebben voor het begrijpen van de schema’s en patronen van codes waaruit software bestaat. Dit heeft mede te maken met de manier waarop deze personen naar situaties in de wereld om hen heen kijken en komt prima van pas als je er je beroep van kunt maken. Maar aan de andere kant: menig jongere met autisme die zo’n goed gevoel heeft voor computers loopt echter tijdens de opleiding vast omdat hij/zij dit gevoel niet voldoende duidelijk kan maken aan de docent.
Dus nee, niet alle mensen met autisme excelleren in de ICT en aanverwante beroepen. Wat ze echter wel vrij vaak met elkaar gemeen hebben, is het vermogen om oplossingen te bedenken die niet zo een, twee, drie voor de hand liggend zijn. Het zijn dikwijls meesters in out-of-the-box-denken; een uitstekende eigenschap voor een werknemer! Daarnaast hebben velen een logische en schematische manier van denken. Heb je meer specifieke argumenten nodig om je over de streep te trekken? Klik dan hier.

Er zijn eigenlijk maar twee dingen die ik je zou willen aanraden:

1. Houd communicatie open en duidelijk en wees niet bang om vragen te stellen
Ja maar… Iemand met autisme is toch juist niet zo goed in communiceren?
Klopt. Tenminste, niet in het begin van de arbeidsrelatie. Maar laten we eerlijk zijn: iedere nieuwe werknemer kijkt graag eerst een beetje de kat uit de boom. Maar wanneer een persoon met autisme zich voldoende op z’n gemak voelt (= geaccepteerd en serieus genomen voelt) kan hij/zij zichzelf en eventuele wensen vaak uitstekend toelichten. Laat de desbetreffende werknemer daarom zelf uitleggen wat hij/zij nodig heeft op de werkvloer. Geef hem/haar bijvoorbeeld niet meteen een apart bureau, maar vraag wat de voorkeur heeft (mits je die keus hebt, natuurlijk).

Maar wacht ’s even… Zijn mensen met autisme dan niet liever op zichzelf? Zitten ze niet beter op hun plek apart van collega’s, zodat ze niet afgeleid worden?
Niet altijd. Als ze terechtkomen in een groep collega’s die hen accepteert zoals ze zijn, heb je grote kans dat ze zich prima op hun plek voelen als bureaus in een groep bij elkaar staan.
Keyword is dus: goede communicatie. En wees duidelijk. Dat kan ook inhouden dat je jouw eventuele vooroordelen over autisme op tafel legt. Eng? Misschien. Maar het is voor degene tegenover jou een goede manier om uit te leggen hoe dat autisme bij hem of haar werkt. In een goed gesprek ontstaat vertrouwen, en dat draagt bij weer aan een goede werksfeer. In een omgeving waarin deze werknemer zich veilig, begrepen en serieus genomen voelt, zal hij/zij zich snel tot een waardevolle collega’s ontwikkelen, en met plezier naar het werk gaan.
En dan blijkt maar weer: het hebben van goede communicatieve eigenschappen is voor werkgevers minstens zo belangrijk als voor werknemers.

2. Neem jezelf eens onder de loep
Ja, dat spreekt vanzelf. Daar leer je van. En je bent nooit te oud om te leren, nietwaar?
Zeker. Goede instelling! Wanneer de lessen makkelijk en duidelijk zijn, is het eenvoudig om te leren. Maar helaas is dat niet altijd zo duidelijk…
Omgaan met collega’s en meedraaien op de werkvloer is een leerproces. Misschien voor mensen met autisme een wat intensiever leerproces dan voor anderen, en dan met name wat betreft het sociale gebeuren. Om je te kunnen aanpassen aan een groep mensen, is het fijn als je weet wat die groep van je verwacht. Een deel daarvan kom je te weten tijdens de inwerkperiode. Regels over hoe het werk moet worden uitgevoerd, zijn vaak wel duidelijk. Maar dan zijn er ook nog die vele, ongeschreven sociale regels. En díe zijn nog weleens de grote struikelblokken. En niet alleen voor de werknemer met autisme; ook jìj als werkgever kan daar nogal eens over struikelen. Aan de ene kant veroorzaakt het autisme bij die werknemer dat hij/zij de sociale regels niet altijd door heeft. Maar daar staat tegenover dat jíj, de werkgever, die sociale regels misschien iets te vaak als vanzelfsprekend aanneemt… Je zult merken dat het gegeven ‘dat wéét iedereen toch?’ of ‘dat is toch logisch?’ binnen een arbeidsrelatie waar autisme een vinger in de pap heeft, niet altijd op gaat.

Ik zal het proberen uit te leggen aan de hand van volgend voorbeeld:
Joep (met autisme) staat op gespannen voet met zijn leidinggevende, Piet. De reden: Joep weigert om aan Piet zijn 06-nummer te geven. Piet snapt hier helemaal niets van, want àlle collega’s hebben immers hun mobiele nummers gegeven zodat ze voor Piet beter bereikbaar zijn. Hij voelt zich zelfs wat persoonlijk aangevallen.

Terecht! Waarom wil Joep zijn 06-nummer niet geven? Zeker als iedere collega dat ook heeft gedaan. Het is toch logisch dat Piet zijn werknemers snel wil bereiken? Koppigheid? Vanwege overtrokken privacyredenen?
Belangrijke vraag: is er eigenlijk zomaar vanuit gegaan dat Joep überhaupt een mobiel heeft?

Ja natuurlijk. IEDEREEN HEEFT TEGENWOORDIG EEN MOBIEL. (= ongeschreven sociale regel nummer zoveel)
Fout! Joep blijkt namelijk helemaal geen mobiel te hebben. En derhalve kan hij Piet zijn 06-nummer niet geven, want wat je niet hebt… enzovoorts.

Waarom zei Joep dat dan niet tegen Piet? Waarom zo op de spits drijven?
Mensen met autisme mogen die ongeschreven sociale regels dan misschien niet kennen, velen van hen voelen het wel degelijk aan wanneer er bepaalde, van deze sociale spook-regels overschreden worden. In dit geval gold dat ook voor Joep, want: waarom werd Piet nou boos? Maar Joep wist niet precies welke regel, en wist daarom ook niet hoe hij de situatie kon oplossen. In dit geval had leidinggevende Piet beter even kunnen vragen of Joep wel een mobiel had, en zo ja, of hij zijn nummer mocht hebben.
Het lijkt misschien een eenvoudig gevalletje ‘miscommunicatie’, maar het is een klassiek gevalletje ‘jezelf onder de loep nemen’.

Maar er zijn vast wel dingen die je bij een werknemer of collega met autisme beter niet moet doen. Of waar je rekening mee moet houden. Toch?
Inderdaad. Mensen met autisme nemen bijvoorbeeld uitspraken nogal letterlijk. Uitdrukkingen en gezegdes komen daardoor niet altijd over zoals ze bedoeld zijn. Als de werksfeer goed is, zal hij/zij waarschijnlijk gewoon vragen wat je ermee bedoelt. Maar ook sarcasme en humor worden ook niet altijd goed begrepen. Heeft iemand met autisme dan geen gevoel voor humor? Nou en of ze dat hebben!
Maar vaak verbergt een persoon met autisme zijn onzekerheid ook door de Grote Grappenmaker uit te hangen.

Grote Grappenmaker? Maar hoe ziet het dan met: mensen met autisme zijn niet sociaal of empathisch? Kijk, iedere nieuwe collega moet natuurlijk even wennen, maar ze moeten uiteindelijk wel een beetje lekker in de groep liggen, hoor.
Au! Die doet altijd even pijn: niet-sociaal zijn of niet-empathisch… En het is volgens mij het grootste struikelblok der vooroordelen die er voor deze mensen bestaat. Mensen met autisme zijn wel degelijk sociaal en meevoelend, alleen niet op de manier die jíj doorgaans om je heen ziet, en die jij dus verwacht (en dus als vanzelfsprekend aanneemt). Een werknemer met autisme zal bijvoorbeeld niet zo gauw voor zijn collega’s koffie meenemen als hij/zij voor zichzelf gaat halen. Dat wil niet zeggen dat zijn collega’s hem niet interesseren; hij realiseert zich eenvoudigweg niet dat het op prijs wordt gesteld als hij hun koffie ook meeneemt. Er is namelijk ook nog een mogelijkheid dat het wordt gezien als bemoeizucht of betutteling o.i.d. Dat is een stukje autisme ten voeten uit. Want voor mensen met autisme is er altijd een aantal mogelijkheden die ze moeten afwegen, en dat veroorzaakt grote onzekerheid. Die onzekerheid is eigenlijk het enige wat bijna alle mensen met autisme met elkaar gemeen hebben. Zorg daarom voor duidelijkheid en vraag het als collega zijnde gewoon of hij/zij koffie meebrengt voor je.

Maar in een omgeving met mensen die hen serieus nemen, hun eigenaardigheden accepteren voor wat ze zijn, waarin iemand met autisme zich vertrouwd en veilig voelt, is er ruimte voor ontwikkeling. Als je hierin wat tijd en inspanning investeert, zal hij of zij een uitstekende werknemer blijken te zijn, met toegevoegde waarde voor het bedrijf, en die bovendien veel makkelijker in de omgang is dan je had verwacht. En niet onbelangrijk: een dergelijke ontwikkeling heeft tijd nodig, maar het is vaak geen kwestie van maanden.

Dus: zet die vooroordelen aan de kant en geef die sollicitant met autisme een kans. En laat de mogelijkheden je verrassen!

Share Button